Waarborghandleiding Wegwalser

Wij danken u hartelijk voor het kiezen van de Wegwalsermachine. Voor uw veiligheid en correct gebruik: lees alvorens de machine in gebruik te nemen of onderhoud uit te voeren, MOET U DEZE HANDLEIDING LEZEN en Studie deze handleiding zorgvuldig door. Houd deze altijd binnen handbereik voor naslag.
1. Inleiding
De draagbare dubbele trommelwalser is een lichte wegwalser. Deze wordt gebruikt voor het comprimeren van asfalt, zandgrond, grind, en ook voor het egaliseren van gazons en speelplaatsen
Deze machine is uitgerust met een hydraulische unit, een variabele zuigerpomp en een hydraulische motor met constante verplaatsing, waardoor de machine uitstekende prestaties levert.
2. Veiligheidswaarschuwingen
Om de machine veilig te bedienen, is het noodzakelijk de machine regelmatig te onderhouden. Lees de veiligheidswaarschuwingen zorgvuldig om de vaardigheden van onderhoud en bediening onder de knie te krijgen.
3. Bevoegdheid tot rijden
Bevoegd personeel mag de machine bedienen
1. Verdichtingstaak
De operator moet verdichtingstraining hebben gevolgd voordat hij de machine bedient.
2. De machine laden en lossen
De operator moet training hebben gevolgd over het laden en lossen van de machine
4. WAARSCHUWING
5. Bediening
5.1 De naam en functie van bedieningsapparatuur
5.1.1 De naam van bedieningsapparatuur
5.1.2 Functie van het bedieningsapparaat
Vertrouwd met de functie van het bedieningsapparaat, voor veilige bediening
◎ Handvat vooruit en achteruit
1) Het handvat heeft drie functies: lopen (vooruit en achteruit), stoppen en traploos versnellen.
2) Zet de machine handmatig op slot.
3) Steek wigvormige objecten onder de trommels.
4) De motor draait 2 tot 3 minuten op stationair toerental.
5) De motor stopt wanneer de gashefboom naar de onderste positie wordt geduwd.
6) Zet de start-schakelaar in de OFF-stand.
1) Trek tijdens het vouwen de „slotmoersleutel” naar achteren totdat deze automatisch op de juiste positie vastloopt.
2) Bij normaal rijden moeten de achterste onderdelen uitgevouwen worden. Trek de "veiligheidsleutel" naar de rijpositie terug en de "veiligheidsleutel" wordt dan automatisch vergrendeld.
◎ Handmatige vergrendelhefboom
Wanneer de machine stopt, zet de "handmatige vergrendelhefboom" in de vergrendelde positie.
Wanneer de machine rijdt, ontgrendel de "handmatige vergrendelhefboom".
Let op: Wanneer de machine stopt, moet de "handmatige vergrendelhefboom" vergrendeld zijn!
Wanneer de machine start, moet de "handmatige vergrendelhefboom" ontgrendeld zijn!
5.2 Duikwerking
5.2.1 Controle vóór de werking
Zorg ervoor dat de "handvat voor vooruit en achteruit" in de middelste positie staat, dat de trillingschakelaar in de "OFF" positie staat en dat de "handmatige vergrendelhefboom" de machine vergrendelt.
5.2.2 Start de motor
1) Zet de gashevel in (vol gas)
2) Draai het startcontact naar de stand 'start' om de motor te starten. Op het moment van starten laat u de hand los, de sleutel keert terug naar de stand 'AAN'.
Let op: niet langer dan 15 seconden blijven starten
Als het starten mislukt, wacht dan 30 seconden voordat u opnieuw probeert te starten!
Overmatig gebruik van de startmotor kan de startmotor doen verbranden!
5.2.3 Na het starten van de motor
Laat het voertuig niet direct na het starten rijden, houdt u aub de volgende principes in:
1) Laag toerental om de motor een paar minuten op te warmen, totdat het voertuig warm is
2) Zorg ervoor dat de uitlaatkleur normaal is, geen ongebruikelijke geluiden en geuren
5.2.4 Het voertuig is in bedrijf
Let op: Zorg ervoor dat er zich geen personen of obstakels in de buurt bevinden voordat u de machine start.
1) Ontgrendel de 'handmatige vergrendelingshefboom'
2) Stel de 'hefboom voor voorwaarts en achterwaarts' in om de machine voorwaarts en achterwaarts te bewegen.
Let op: Duw zachtjes op de 'hefboom voor voorwaarts en achterwaarts', niet te snel.
5.2.5 Machine stoppen
Waarschuwing:
◎ Vermijd het stoppen op hellingen
◎ Als u op een helling moet parkeren, plaats dan obstakels voor de voorwielen om te voorkomen dat de machine naar beneden glijdt.
◎ Verlaat de machine en houd de 'hefboom voor voorwaarts en achterwaarts' in de middelste positie, zet de motor uit. Vergrendel de 'handmatige vergrendelingshefboom' en neem de sleutel mee.
1) De machine stopt met bewegen wanneer de hefboom voor voorwaarts en achterwaarts in de middelste positie staat.
5.3 Bediening van vibratie en verdichting
1) De machine begint te vibreren wanneer de vibratie-schakelaar zich in de AAN-positie bevindt.
2) De machine stopt met vibreren wanneer de vibratie-schakelaar zich in de UIT-positie bevindt
Let op: Stop de vibratie wanneer de machine stilstaat.
Zet de vibratie onmiddellijk stoppen wanneer de machine in de modder komt.
5.4 Bediening van het sproeisysteem
1) Controleer het waterpeil voordat u het sproeisysteem opent, probeer de watertank volledig te vullen.
2) Het sproeisysteem wordt geopend door de sproeikraan te openen.
Let op: In koude weersomstandigheden moet u ervoor zorgen dat de tank leeg is om bevriezing van water te voorkomen nadat het werk is voltooid. Opmerking: De afvoerplug bevindt zich onder de watertank.
5.6 Aanpassing van de spatbord. Maak de schroefbout los en schuif het spatbord vervolgens naar boven en beneden totdat het spatbord stevig op de trommel is bevestigd.
5.6 Bediening bij lage temperatuur. Gebruik de volgende methoden om storingen bij lage temperatuur te voorkomen:
1) Gebruik brandstof en olie met lage viscositeit
2) Houd de accu uit de koude. De accu werkt minder efficiënt en kan zelfs bevriezen bij lage temperaturen. Zorg ervoor dat de accu volledig is opgeladen en houd deze uit de koude, vooral 's nachts.
5.7 Aandacht na bedrijf
1) Verwijder vuil en water van de machine, in het bijzonder van de zuigerstang van de stuurcilinder. Indien vuil in de oliecilinder terechtkomt, kan het seelsysteem beschadigd worden.
De machine moet op een harde en droge plaats worden geparkeerd. Lage temperaturen kunnen de efficiëntie van de accu verminderen. Voor werkzaamheden de volgende dag, dek de accu af of verwijder de accu van de machine en bewaar deze op een warme plaats. Ledig de watertank om bevriezing te voorkomen.
5.8 Aandacht bij opslag Als de machine langer dan een maand niet gebruikt wordt, houdt u dan aub rekening met de volgende eisen
1) Zet de machine in een afgesloten ruimte na het schoonmaken. Indien het opgeslagen wordt in de buitenlucht, houd het dan onder een zeil.
2) Vul olie en smeermiddel bij, vervang de motorolie en controleer vervolgens of er lekken zijn.
3) Smeer vet op de blootliggende zuigerstang van de hydraulische stuurcilinder.
4) Ontkoppel de minpool van de accu of verwijder de accu.
5) Ledig het water uit de tank.
6) Zet de vooruit-achteruit-schakelaar in de middenpositie en zorg ervoor dat de trilfunctie uit staat. Vergrendel de machine handmatig.
7) Plaats wigvormige objecten onder de trommels om te voorkomen dat de machine verplaatst.
8) Berg de contactsleutel op.
9) Indien langdurige opslag nodig is, start de machine dan regelmatig op om corrosie te voorkomen. Start de machine minstens één keer per maand op om te voorkomen dat de olieafzetting veroudert, en laad deze tijdens het starten tegelijkertijd op.
6. Regelmatig onderhoud en reparaties
Let op: Regelmatig onderhoud van machines kan ervoor zorgen dat de machine zich in de beste toestand bevindt.
Motorolie moet worden ververst nadat de machine ongeveer 50 uur heeft gedraaid. Elektrische bedrading heeft maandelijks inspectie en onderhoud nodig.
1) Controleer of de bedrading beschadigd is of niet.
2) Controleer of de bedrading los is of niet.
3) Controleer of het elektrische apparaat goed werkt of niet.
6.1 Standaard onderhoud
6.1.1 Onderhoud en reparaties elke 10 uur
1) Motorolie
Zet de motor in horizontale positie en controleer het oliepeil. Als het oliepeil niet binnen de schaal van de oliepeilmeter ligt, vul dan aan.
2) Olievat
Controleer het niveau van de motorolie.
6.1.2 Onderhoud en reparaties elke 50 uur
1) Hydraulische olie Controleer de positie van de oliepeilstok; deze moet zich in het midden of in de bovenste positie van de vloeistofindicator bevinden. Als er onvoldoende olie aanwezig is, vul deze dan aan.
2) Accu Controleer de toestand van de accu en bepaal of deze vervangen moet worden of niet. Controleer of de bouten los zitten of niet; indien los, draai ze dan vast.
6.1.3 Onderhoud en reparaties elke 100 uur
1) Vervang de motorolie. Open de olieafsluitplug en laat de motorolie volledig uitlopen wanneer de olie
nog warm is. Draai de afvoerplug vast; vul de motorolie via de olietankopening.
2) Schoonmaken van de brandstofilters.
3) Schoonmaken van de luchtfilters
6.1.4 Onderhoud en reparaties elke 200 uur
1) Vervang de hydraulieke oliefilter.
2) Inject de smeerolie in de trommels.
6.1.5 Onderhoud en reparaties elke 500 uur
1) Vervang de hydraulische olie in de hydrauliektank. Open de olieplug en laat de hydraulische olie afvoeren wanneer de olie nog warm is. Reinig de binnenkant van de hydrauliektank. Voeg de nieuwe hydraulische olie toe tot het standaardpeil. Start de motor en laat deze 2-5 minuten draaien in rusttoestand, daarna zet u de motor uit en controleert u opnieuw het oliepeil. Als het oliepeil laag is, dient u olie bij te vullen.
2) Inject boter in de draaibare steun die wordt gebruikt voor de besturing.
3) Inject boter in de aspen en scharnierdelen van de stuurcilinder.
6.2 Injectie van hydraulische olie, water en smeermiddelen
6.2.1 Algemene normen
1) Verwijder het filternet niet bij het vullen van water en olie
waardoor vuil niet gemakkelijk in de tank terechtkomt.
2) Gebruik de aanbevolen smeermiddelen en hydraulische olie.
3) Gebruik geen smeermiddelen en hydraulische olie van verschillende merken.
4) Vul de nieuwe olie pas nadat de oude olie volledig is afgevoerd en de container grondig is schoongemaakt.
6.2.2 Aanbevolen smeermiddel
1) Motorolie bij lage temperatuur SAE 10W-30 bij hoge temperatuur SAE 40
2) Slijtvaste hydraulische olie VG46
3) Smeer Vet op basis van hittebestendig lithiumzepen
4) Brandstof olie dieselolie (voldoet aan de nationale norm)
Hot News2025-08-10
2025-08-12
2025-08-15
2025-07-16
2025-07-03
2025-07-23